ECLI:NL:RBOBR:2024:49
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning met windmolencorrectie
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die aanvankelijk op €504.000 was vastgesteld en na bezwaar werd verlaagd naar €473.000. De rechtbank beoordeelt of deze waarde niet te hoog is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van €565.000 en gebruikte drie vergelijkingsobjecten. Eiser stelde dat deze objecten niet vergelijkbaar zijn en dat de gebruiksoppervlakte te hoog werd gewaardeerd, maar onderbouwde dit niet concreet. De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardebepaling niet op onjuiste uitgangspunten berust.
Eiser voerde aan dat de correctie voor overlast door nabij geplaatste windmolens te laag is vastgesteld. De rechtbank acht het aannemelijk dat de invloed groter is dan de heffingsambtenaar aanneemt en stelde de correctie bij van €25.000 naar circa €32.000. Ondanks deze bijstelling blijft de vastgestelde waarde niet te hoog. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €473.000 wordt ongegrond verklaard.