ECLI:NL:RBOBR:2024:4974
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen na beëindiging arbeidsovereenkomst per 13 november 2022
In deze zaak vordert verzoeker betaling van diverse verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst die zouden zijn ontstaan na 13 november 2022. De kantonrechter stelt echter vast dat de arbeidsovereenkomst per die datum is geëindigd, waardoor de vorderingen die betrekking hebben op perioden na die datum niet kunnen worden toegewezen.
De kantonrechter verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van de transitievergoeding, omdat de mogelijkheid tot indiening van dit verzoek op 14 februari 2023 is vervallen. Daarnaast worden de overige vorderingen afgewezen. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de afdoening van de vorderingen bij beschikking.
Verzoeker is veroordeeld in de proceskosten en nakosten, die zijn vastgesteld op €543,- aan salaris gemachtigde en €135,- aan toekomstige kosten. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2024 door kantonrechter J.M.J. Godrie.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn transitievergoedingvordering en overige vorderingen zijn afgewezen wegens beëindiging arbeidsovereenkomst per 13 november 2022.