ECLI:NL:RBOBR:2024:5023
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bezwaar tegen heffingsambtenaar gemeente Best
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning met diverse bijgebouwen en een perceel van 403 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €557.000, gebaseerd op een taxatierapport waarbij de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiser betwist de waarde en voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met overlast door nabijgelegen ringweg, bomen, een gepland snel-fietspad en een bouwproject dat privacy aantast. De rechtbank oordeelt dat de waardering van de ligging en toestand door de heffingsambtenaar begrijpelijk en voldoende is onderbouwd, waarbij een neerwaartse correctie van 10% op de grondprijs is toegepast.
Verder wijst de rechtbank het standpunt van eiser af dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase niet inhoudelijk heeft gereageerd, aangezien de uitspraak op bezwaar wel degelijk op de argumenten is ingegaan. De ingebrekestelling van eiser is prematuur omdat de heffingsambtenaar de beslistermijn tijdig had verlengd, zodat geen dwangsom is verschuldigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. Partijen wordt gewezen op het recht tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en er wordt geen dwangsom toegekend.