De werknemer werd op 21 december 2023 op staande voet ontslagen nadat de werkgever foto's toonde waarop een persoon te zien was die tijdens werktijd sliep. De werknemer ontkende dit. De werkgever kon onvoldoende bewijs leveren dat de werknemer daadwerkelijk tijdens werktijd had geslapen. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag geen dringende reden had en daarom onregelmatig was gegeven.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding over de periode van 21 december 2023 tot 1 maart 2024, omdat de arbeidsovereenkomst anders met inachtneming van de opzegtermijn zou zijn geëindigd. Daarnaast werd de transitievergoeding van €6.472,34 bruto toegekend, omdat het ontslag niet het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.
Verder werd een billijke vergoeding van €3.000 bruto toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever door het niet adequaat onderzoeken van de meldingen en het gebrek aan transparantie richting de werknemer. Vordering tot uitbetaling van openstaande verlofuren werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het verstrekken van een bruto-netto-specificatie en jaaropgave.