ECLI:NL:RBOBR:2024:519
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning op basis van vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1963 met diverse bijgebouwen en een perceel grond. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2022 vast op €325.000 en handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar in beroep heeft voldaan aan zijn bewijslast door een taxatierapport te overleggen met een getaxeerde waarde van €327.000, gebaseerd op drie vergelijkingsobjecten. De vergelijkingsmethode is toegepast met voldoende en inzichtelijke correcties voor waarderelevante verschillen zoals bouwjaar en gebruiksoppervlakte.
Eiser betoogde dat onvoldoende rekening is gehouden met het voorzieningenniveau van de woning, maar de rechtbank stelt vast dat dit een taxatie-technische waardering betreft die niet op juistheid kan worden beoordeeld door de rechter. De taxateur zag geen aanleiding het voorzieningenniveau als benedengemiddeld te waarderen. Eiser heeft zijn lagere waarde van €272.000 niet onderbouwd, waardoor geen twijfel is gerezen over de vastgestelde WOZ-waarde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af. Partijen is gewezen op het recht tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €325.000 wordt ongegrond verklaard.