ECLI:NL:RBOBR:2024:5224
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing waarderingsuitzondering
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1910 en betwist de WOZ-waarde van €433.000 vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden. Deze waarde is gebaseerd op een taxatierapport waarin de woning is vergeleken met drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde bouwperiode. Eiser voert aan dat de woning onderdeel is van een landgoed dat valt onder de Natuurschoonwet 1928 en dat de waardering onvoldoende rekening houdt met het duurzaamheidsniveau en de ligging.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor de waarderingsuitzondering bij eiser ligt en dat hij deze niet heeft onderbouwd. De heffingsambtenaar heeft zelfs meer gedaan dan vereist door een onderzoek naar de status van het landgoed. De taxatie is beoordeeld als voldoende inzichtelijk en begrijpelijk, waarbij het duurzaamheidsniveau is meegenomen door vergelijking met woningen uit dezelfde periode met vergelijkbare energielabels.
Hoewel er een liggingsverschil is tussen de woning en een vergelijkingsobject, acht de rechtbank dit niet doorslaggevend omdat beide locaties als gemiddeld gelegen worden beschouwd. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het indienen van beroep niet alleen was gericht op controle van de waarde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €433.000 wordt bevestigd.