ECLI:NL:RBOBR:2024:5225
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks gebreken
Eiseres, vermoedelijk mede-eigenaar van een woning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €433.000 voor het kalenderjaar 2023. Zij voerde aan dat de woning diverse gebreken vertoonde, waaronder een gedateerde keuken, schimmelvorming, slecht onderhoud en lekkages. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatierapport van €461.000, waarbij vergelijkingsobjecten werden gebruikt en correctiefactoren voor de staat van de woning werden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van correcties door de taxateur een taxatietechnische waardering betreft en dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiseres had geen bewijs geleverd voor haar stellingen, ondanks verzoeken om fotomateriaal en onderbouwing. De rechtbank volgde daarom de toegepaste correcties van de heffingsambtenaar.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat partijen geen zitting hadden verzocht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van gebreken.