ECLI:NL:RBOBR:2024:530
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijkingsmethode door rechtbank Oost-Brabant
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Eindhoven, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 457.000 voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar baseert deze waarde op een taxatierapport met een getaxeerde waarde van € 467.000 en onderbouwt dit met drie vergelijkingsobjecten in de buurt. De rechtbank oordeelt dat deze vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de waardebepaling niet op onjuiste uitgangspunten berust.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met het hoekwoning-effect en dat de indexering van verkoopcijfers niet inzichtelijk is. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat de waardematrix en de gebruikte grondstaffel de verschillen adequaat verklaren. Ook de indexering via het openbare programma Vastgoedpro wordt als voldoende inzichtelijk en controleerbaar beoordeeld.
Verder wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar in beroep andere vergelijkingsobjecten mag kiezen dan in de bezwaarprocedure, zonder dat dit leidt tot onzorgvuldigheid. De door eiser aangedragen vergelijkingsobjecten en WOZ-waarden leiden niet tot een lagere waarde dan de vastgestelde WOZ-waarde. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 457.000 gehandhaafd.