ECLI:NL:RBOBR:2024:5310

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
WR 24/004
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39, vijfde lid, Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken verplichte procesvertegenwoordiging

Verzoeker diende tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op 11 januari 2024 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.A.M. Janssen, rechter in dezelfde rechtbank. De rechtbank stelde verzoeker vervolgens schriftelijk in kennis dat het verzoek niet door een advocaat was ondertekend, terwijl dit verplicht is in zaken waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt. Verzoeker kreeg de gelegenheid om dit te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat het niet voldeed aan de formele vereisten omdat het niet door een advocaat was ingediend. Op grond van artikel 2, tweede lid, van het wrakingsprotocol van de rechtbank en artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering werd het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het recht op een zitting bedoeld is voor de inhoudelijke beoordeling van het verzoek, en gezien het ontbreken van de noodzakelijke procesvertegenwoordiging was een inhoudelijke behandeling niet aan de orde.

De beslissing werd op 1 maart 2024 door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant genomen en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door een advocaat is ingediend en het verzuim niet is hersteld.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer
zaaknummer: WR 24/004

Beslissing van 1 maart 2024

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv)

[verzoeker]

Wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van

mr. A.A.M. Janssen,

rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

De procedure

1.1
Verzoeker is gedagvaard door [naam] . Deze zaak is bekend onder zaak- en rolnummer C/01/385310 / HA ZA 22-482. De mondelinge behandeling in deze zaak was op 11 januari 2024. Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek ingediend.
1.2
Met haar brief van 8 februari 2024 heeft de rechtbank verzoeker bericht dat zijn verzoek niet is ondertekend door een advocaat en dat is wel noodzakelijk om het verzoek in behandeling te nemen. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek alsnog te laten ondertekenen door een advocaat. Hierbij is verzoeker erop gewezen dat zijn wrakingsverzoek mogelijk niet in behandeling wordt genomen als hij niet binnen de gestelde termijn een door een advocaat ondertekend exemplaar van zijn wrakingsverzoek indient.

De beoordeling

2.1
In artikel 2, tweede lid, van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is bepaald dat in zaken waarin de partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, zoals in de aan de orde zijnde hoofdzaak, het wrakingsverzoek op straffe van niet-ontvankelijkheid moet worden ingediend door een advocaat.
2.2
Tijdens de zitting van de bodemzaak op 11 januari 2024 heeft verzoeker de rechter gewraakt. In het proces-verbaal van die zitting is het volgende – voor zover hier van belang – opgenomen:
Mr. Voogt: dit verzoek wordt niet gedaan in samenspraak met mij. Ik geef het woord aan mijn cliënt. Het is een specifiek verzoek van hem. Hij heeft zijn keuze gemaakt. Als hij daarvoor een motivatie heeft, dan moet hij dat zelf toelichten.
En:
Mr. Voogt: het zijn 12 pagina’s in Word zie ik. Ik hoor u zeggen dat het per e-mail mag naar de griffie. Ik wil wel dat mijn cliënt het zelf e-mailt, omdat het zijn verzoek is.
Na een korte schorsing - om het wrakingsverzoek te kunnen laten printen - heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek tijdens de zitting overhandigd.
2.3
Met de brief van 8 februari 2024 die per e-mail is verstuurd, is verzoeker meegedeeld dat de wrakingskamer heeft geconstateerd dat het wrakingsverzoek niet door zijn advocaat is ondertekend. De wrakingskamer heeft verzoeker alsnog in de gelegenheid gesteld dit verzuim - uiterlijk voor 15 februari 2024 - te (doen) herstellen. Verzoeker heeft van de hem geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim geen gebruik gemaakt.
2.5
De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek niet voldoet aan de voorwaarden die daaraan worden gesteld, omdat het verzoek niet is ingediend door een advocaat. Gelet hierop zal de wrakingskamer verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.
2.6
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in
de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor
het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het
vorenstaande niet toegekomen.

De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. C.T.C. Wijsman en mr. V.R. de Meyere, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 1 maart 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).