ECLI:NL:RBOBR:2024:532
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1996, gelegen in een woonplaats, met een WOZ-waarde vastgesteld op €490.000 voor het jaar 2022. Tegen deze waardering is bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een recent taxatierapport en drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats. De rechtbank oordeelde dat deze vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat er adequaat rekening is gehouden met waarderelevante verschillen zoals bouwjaar en oppervlakte. De rechtbank kon de waardebepaling niet op onjuistheid toetsen, maar vond de onderbouwing begrijpelijk en consistent.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de onderhoudstoestand van de woning en overhandigde fotomateriaal. De rechtbank volgde de taxateur die geen aanwijzingen zag voor een benedengemiddelde onderhoudstoestand. Kleine beschadigingen en slijtage werden gezien als regulier onderhoud. De voorgestelde lagere waarde van €439.000 werd niet onderbouwd, waardoor geen twijfel ontstond over de juistheid van de vastgestelde waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. Partijen werden gewezen op het recht op hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van de woning wordt ongegrond verklaard.