Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[verweerder 1] ,
[verweerder 2],
[verweerder 3],
4.[verweerder 4] ,
[verweerder 5],
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 30 oktober 2024 een beschikking gegeven in de zaak tussen Dogecoin Foundation en diverse verweerders waaronder Syscoin Stichting. De rechtbank had eerder bepaald dat Dogecoin binnen twee weken zekerheid moest stellen voor de proceskosten. Dogecoin heeft dit niet tijdig gedaan en haar verzoek om uitstel werd afgewezen vanwege onvoldoende motivatie.
Als gevolg hiervan verklaart de rechtbank Dogecoin niet-ontvankelijk in haar vorderingen in de hoofdzaak. Hierdoor behoeft het verzoek van Syscoin I op grond van artikel 843a Rv, dat betrekking had op het belang van Dogecoin, niet meer te worden beoordeeld.
De rechtbank veroordeelt Dogecoin tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerders en Syscoin, met een specificatie van griffierechten, nakosten en salaris advocaat. De kosten van het incident tot zekerheidstelling worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de betalingstermijn is gesteld op veertien dagen na aanschrijving, met verhaalsmogelijkheden bij niet-naleving.
Uitkomst: Dogecoin wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de wederpartijen.