ECLI:NL:RBOBR:2024:5561
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ontuchtige handelingen en onttrekking aan gezag wegens ontbreken wettig bewijs
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige en onttrekking aan het wettig gezag. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen met een slachtoffer van veertien jaar en het onttrekken van het slachtoffer aan het gezag door haar enkele uren onderdak te bieden.
De rechtbank overwoog dat de seksuele handelingen tussen verdachte en slachtoffer, die een consensuele relatie hadden en slechts een gering leeftijdsverschil, niet als ontuchtig konden worden aangemerkt. De rechtbank nam daarbij mee dat het slachtoffer volwassener was dan leeftijdsgenoten en verdachte een vermoeden van licht verstandelijke beperking had, wat leidde tot een gelijkwaardige verhouding.
Ten aanzien van het tweede feit concludeerde de rechtbank dat hoewel verdachte het slachtoffer enige uren onderdak bood, er geen bewijs was dat hij opzettelijk het slachtoffer aan het gezag had onttrokken. Het ontbreken van opzet maakte een bewezenverklaring niet mogelijk.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van ontuchtige handelingen en onttrekking aan gezag wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.