ECLI:NL:RBOBR:2024:562
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot het verlenen van verplichte zorg wegens ontbreken proportionaliteit
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 17 januari 2024 het verzoek van de officier van justitie om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene. Dit verzoek was ingediend op basis van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Bij het verzoek waren onder meer een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater en een verklaring van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige gevoegd.
De onafhankelijk psychiater gaf in zijn medische verklaring aan dat verplichte zorg niet proportioneel is gezien het ontbreken van een veiligheidsrisico en de onzekerheid over de effectiviteit van de zorg. Betrokkene wordt als wilsbekwaam beschouwd en in staat om verzet te bieden tegen verplichte zorg. De psychiater acht een proefbehandeling met een lage dosis antipsychoticum en ambulante zorg een betere optie om betrokkene te motiveren en het CBR te overtuigen voor het teruggeven van zijn rijbewijs.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige onderschreef de proportionaliteitsoverwegingen van de psychiater. De advocaat van betrokkene voerde aan dat het verzoek van het openbaar ministerie daarom moet worden afgewezen. De rechtbank hechtte het meeste gewicht aan de medische verklaring van de onafhankelijke psychiater en concludeerde dat niet aan de wettelijke eisen voor verplichte zorg is voldaan.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot verplichte zorg wordt afgewezen wegens ontbreken van proportionaliteit en wilsbekwaam verzet.