De werknemer was sinds maart 2024 in dienst bij Stipt Polish Point Shop B.V. als accountmanager buitendienst. Op 5 augustus 2024 werd hij op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming verkopen van goederen van de werkgever aan klanten, waarbij betalingen op zijn privérekening werden ontvangen en niet aan de werkgever zijn doorbetaald.
De werknemer betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij handelde in opdracht van de werkgever om niet-betaalde goederen terug te halen en door te verkopen, maar kon dit niet onderbouwen. De werkgever stelde dat de werknemer meerdere klanten had benaderd, geldbedragen had ontvangen zonder levering van producten en zijn positie had misbruikt.
De kantonrechter oordeelde dat er een dringende reden was voor het ontslag op staande voet, dat de werknemer zijn functie ernstig had misbruikt en dat het ontslag onverwijld en met mededeling van de reden was gegeven. De verzoeken van de werknemer tot vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding, billijke vergoeding en vakantietoeslag werden afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde de werknemer tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van €6.080,65 aan de werkgever, verklaarde dat de werkgever het vakantiegeld mocht verrekenen, en veroordeelde de werknemer tot teruggave van bedrijfseigendommen binnen 7 dagen onder dwangsom. De proceskosten werden verdeeld, waarbij de werknemer de proceskosten aan de zijde van de werkgever moest vergoeden.