Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
18 september 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
[naam]uit [woonplaats] (derde-partij).
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekster beschikte sinds 8 juni 2022 over een vergunning voor specifieke standplaatsen op de Markt in ’s-Hertogenbosch, geldig tot 7 juni 2037. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 4 juli 2024 een besluit genomen om per 28 augustus 2024 de standplaatsen te herverdelen, waarbij verzoekster andere standplaatsen kreeg toegewezen. Deze herverdeling volgde op het opheffen van standplaatsen op de Pensmarkt, waarvan de houders naar de Markt zijn verplaatst om lege plekken op te vullen en de markt aantrekkelijker te maken.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om haar oorspronkelijke standplaatsen te behouden totdat op haar bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had, omdat de beslissing op bezwaar kon worden afgewacht zonder onomkeerbare situatie. De omzetdaling die verzoekster vreesde was onvoldoende onderbouwd en eventuele schade kon later via schadevergoeding worden gecompenseerd.
Daarnaast werd beoordeeld of het bestreden besluit evident onrechtmatig was. De voorzieningenrechter vond dat het college voldoende bevoegdheid had om de herverdeling te besluiten op basis van de Marktverordening en de Nadere regels herverdelen standplaatsen woensdagmarkt. Wel werd opgemerkt dat de wijze van herverdeling vragen oproept over de naleving van artikel 10 van Pro de Dienstenrichtlijn, omdat de verdeling feitelijk door ondernemers van de Pensmarkt lijkt te zijn bepaald. Dit punt kan in een eventuele beroepsprocedure nader worden onderzocht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de wijziging van standplaatsen op de woensdagmarkt wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.