Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
JET EFFECTIVE B.V.,
1.De procedure
- de incidentele conclusie houdende exceptie van (relatieve) onbevoegdheid,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele bodemzaak staat de vraag centraal wie de eigenaar is van een vliegtuig: de curator van Jet Effective B.V. in faillissement of Culimarque Holding B.V. De curator stelt dat het vliegtuig onderdeel uitmaakt van de faillissementsboedel en startte daarom de procedure. Culimarque betwist dit en stelt dat zij de rechtmatige eigenares is.
Het incident betreft de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Oost-Brabant om van het geschil kennis te nemen. De curator baseert zijn bevoegdheidsclaim op artikel 106 Rv Pro, dat een alternatieve bevoegdheidsregeling geeft voor zaken die betrekking hebben op de toepassing van faillissementswetgeving. Culimarque betwist dit en vordert verwijzing naar de rechtbank Den Haag.
De rechtbank oordeelt dat de kern van het geschil niet gaat over de toepassing van de faillissementswet, maar over de vraag of het vliegtuig in 2014 is verkocht en geleverd aan Jet Effective B.V. en of het daarna is teruggegeven aan Culimarque. Dit zijn civielrechtelijke vragen die niet onder artikel 106 Rv Pro vallen. Ook de subsidiaire vordering van de curator dat een eventuele overdracht in strijd zou zijn met artikel 42 of Pro 47 Fw is onvoldoende onderbouwd om het incident als faillissementszaak te kwalificeren.
Daarom is artikel 106 Rv Pro niet van toepassing en geldt de hoofdregel van artikel 99 Rv Pro, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak doorverwijst naar de rechtbank Den Haag. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.