Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
Beiden haalde met de rechterhand en gebalde vuist uit. Het is voor mij onbekend of er iemand eerst sloeg, in mijn beleving sloegen ze tegelijk. Het slachtoffer miste en de verdachte raakt het slachtoffer aan de linkerkant van zijn gezicht. Ik zag dat het slachtoffer direct naar de klap op de grond viel.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
De oplegging van straf.
- een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht; en
- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren.
- Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 1] niet zes maar vijf dagen in het ziekenhuis is verbleven, zodat de te betalen ziekenhuisdaggeldvergoeding moet worden bijgesteld naar € 175,00.
- De gevorderde kosten voor het opvragen van medische informatie zijn door [slachtoffer 1] onverschuldigd betaald en moeten dus niet voor rekening van verdachte komen.
- Het gevorderde bedrag van € 780,00 aan reisuren buiten werktijd (bij wijze van verlies aan verdienvermogen) moet worden afgewezen omdat [slachtoffer 1] vanwege zijn letsel niet heeft gewerkt buiten werktijd en dus ook niet heeft hoeven meereizen. Dit betreft daarom geen schade.
- De onduidelijke prognose van [slachtoffer 1] maakt dat het nog te vroeg is om uitspraken te doen over de toekomst. Op dit moment is een bedrag van € 5.000,00 het maximaal toewijsbare bedrag aan smartengeld.
- de tandartskosten van € 21,00 in 2023 en € 11,83 in 2024 in mindering zullen worden gebracht op het toe te wijzen bedrag (dit deel van de vordering zal worden afgewezen);
- de ziekenhuisdaggeldvergoeding zal worden bijgesteld naar € 175,00 (het meer gevorderde zal worden afgewezen).