De rechtbank Oost-Brabant heeft op 4 december 2024 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meerdere feiten waaronder het vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van kinderporno, het stiekem filmen van een vrouw en het bezit van amfetamine.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 september 2021 tot 17 mei 2022 kinderporno heeft vervaardigd, verworven en in bezit had, en zich daartoe de toegang had verschaft. Tevens werd vastgesteld dat verdachte op 28 september 2019 een vrouw stiekem heeft gefilmd in haar woning. Op 17 mei 2022 werd in zijn slaapkamer een hoeveelheid van circa 121,8 gram amfetamine aangetroffen. Verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk vervaardigen van een afbeelding van seksuele aard van een of meer onbekend gebleven personen wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank legde een taakstraf van 216 uren op, subsidiair 108 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 30 dagen waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de straf werden bijzondere voorwaarden verbonden waaronder meldplicht bij de reclassering, dagbesteding, meewerken aan middelencontrole en het vermijden van kinderporno. Tevens werden de inbeslaggenomen goederen aan de staat onttrokken.
De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn met zeseneenhalve maand en bracht daarom een korting van 10% op de taakstraf aan. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het recidivegevaar, mede gelet op eerdere veroordelingen.