ECLI:NL:RBOBR:2024:6105
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter vanwege afwijzing aanhoudingsverzoek
Verzoekster, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die haar aanhoudingsverzoek had afgewezen tijdens een zitting op 24 mei 2024. Zij stelde dat het niet inwilligen van haar verzoek tot aanhouding van twee maanden of één maand duidt op mogelijke vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt en dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. Daarnaast is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen van toepassing, waardoor een rechterlijke tussenbeslissing geen grond kan vormen voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is omdat het uitsluitend gebaseerd is op de inhoudelijke beoordeling van een tussenbeslissing, waartegen rechtsmiddelen openstaan, en er geen concrete feiten zijn gesteld die wijzen op vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek zonder zitting afgewezen en is tegen deze beslissing geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen omdat het is gericht tegen een rechterlijke tussenbeslissing en er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.