ECLI:NL:RBOBR:2024:6106
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een zaak wegens belaging, heeft tijdens een zitting op 16 mei 2024 de rechters gewraakt nadat zijn verzoeken tot schrapping van recidivegevaar en schorsing van voorlopige hechtenis waren afgewezen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 512 Sv Pro en oordeelt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het enkele feit dat een rechter een voorlopige beslissing neemt, kan niet leiden tot wraking.
De wrakingskamer stelt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen voorkomt dat een rechterlijke beslissing of de motivering daarvan een grond voor wraking kan zijn, tenzij deze onomstotelijk wijst op vooringenomenheid. Dit is hier niet het geval. Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom verklaart de wrakingskamer het verzoek ongegrond en ziet geen aanleiding tot mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.