Op 21 april 2024 stak verdachte meermalen met een vleesvork in de richting van de nek en hals van een politieman en beet hem in het been. Verdachte werd tevens beschuldigd van bedreiging met een taser, maar hiervoor werd zij vrijgesproken. De rechtbank achtte poging tot doodslag (voorwaardelijk opzet) en mishandeling wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat haar handelen de dood van de politieman kon veroorzaken, waardoor sprake was van voorwaardelijk opzet. Het gebruik van de taser werd niet bewezen als bedreiging met gevaar voor leven of zwaar letsel.
Op grond van een psychologisch rapport werd verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard vanwege een kortdurende psychotische stoornis met hallucinaties en waanbeelden tijdens het delict. Hierdoor verviel de verwijtbaarheid en strafbaarheid, en volgde ontslag van alle rechtsvervolging.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Verdachte toonde bereidheid tot vrijwillige behandeling in Spanje. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot strafoplegging en maatregel af.