ECLI:NL:RBOBR:2024:6258
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van redelijke vrees bij vermeende bedreiging tijdens psychiatergesprek
Verdachte werd primair en subsidiair ten laste gelegd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven en een terroristisch misdrijf, naar aanleiding van uitlatingen en handgebaren tijdens een gesprek met zijn psychiater.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zijn woorden direct heeft verduidelijkt, waarbij hij aangaf dat hij met 'vuren' het opvoeren van een gedicht bedoelde en dat de show een optreden betrof binnen de rapcultuur, waar schietbewegingen gebruikelijk zijn. De psychiater was onzeker over de bedreigende aard van de uitlatingen, mede door de psychische problematiek van verdachte.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van miscommunicatie en dat het vereiste van redelijke vrees voor uitvoering van een bedreiging niet was voldaan. De overige gedragingen waren te algemeen en concreet onvoldoende om een bedreiging te vormen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primaire als het subsidiaire ten laste gelegde feit en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat geen redelijke vrees voor uitvoering van bedreiging bestond.