Verzoeker, eiser in een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven, heeft tweemaal een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn zaak behandelde. Het eerste verzoek werd afgewezen bij beschikking van 4 juni 2024. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzetschrift op 18 juli 2024 diende verzoeker opnieuw een wrakingsverzoek in.
De wrakingskamer heeft dit verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde gronden, waaronder de bewering dat de rechter deel uitmaakt van een criminele organisatie en onvoldoende behandeling van stukken, niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De rechter heeft het proces zorgvuldig gevoerd, verzoeker voldoende gelegenheid gegeven zijn standpunten toe te lichten en het dossier volledig behandeld.
Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker het wrakingsinstrument misbruikt door herhaaldelijk wrakingsverzoeken in te dienen zonder gegronde grondslag, wat leidt tot onredelijke vertraging van de procedure. Daarom is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.