Uitspraak
IL BORGO B.V.,
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser vordert betaling van achterstallig loon over een bepaalde periode, maar staat sinds 15 december 2022 onder bewind. De kantonrechter toetst ambtshalve de bevoegdheid van eiser om de procedure te voeren en constateert dat alleen de bewindvoerder bevoegd is om namens eiser op te treden.
Hoewel de procedure met instemming van de bewindvoerder is gestart en deze nauw betrokken is geweest, ontbreekt een juridische grondslag om eiser met terugwerkende kracht als procespartij te vervangen door de bewindvoerder. De kantonrechter verklaart eiser daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering en beoordeelt de inhoudelijke loonvordering niet.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €595,00 exclusief explootkosten, met toekenning van wettelijke rente over deze kosten. Een volledige proceskostenveroordeling wegens misbruik van procesrecht wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing door de gedaagde partij.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn loonvordering wegens onderbewindstelling en veroordeeld in de proceskosten.