Verzoekers wonen sinds november 2022 in een woning en kregen meerdere malen te maken met huisverboden opgelegd door de burgemeester vanwege vermeende overlast. Na een eerste tijdelijk huisverbod in november 2024 legde de burgemeester op 12 december 2024 opnieuw een huisverbod van tien dagen op wegens vermeende ernstige overlast.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en een motiveringsgebrek vertoont. De burgemeester heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de overlast niet op een andere, minder belastende wijze kan worden tegengegaan, zoals via civielrechtelijke middelen. Ook is het besluit gebaseerd op meldingen van buren zonder objectief onderzoek.
Daarnaast is onvoldoende inzicht gegeven in de belangenafweging van het minderjarige kind van verzoekers. Het bezwaar tegen een eerdere gedragsaanwijzing is nog in behandeling, waardoor het besluit niet onherroepelijk is.
De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoekers krijgen een proceskostenvergoeding van €1.750 toegewezen.