Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging.
2.Het afdoeningsvoorstel.
- bewezenverklaard kan worden het ten laste gelegde onder 1A, 1B, 2, 3A en 3B;
- de officier van justitie eist een geldboete van € 400.000,-;
- de geldboete dient te worden voldaan in 24 gelijke termijnbetalingen en moet geheel zijn voldaan binnen 24 maanden na uitspraak.
- de verdediging geen onderzoekswensen indient en al ingediende onderzoekswensen intrekt;
- de verdediging geen bewijsverweren voert;
- namens verdachte geen (nadere) verklaring hoeft te worden afgelegd;
- verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.
- het Openbaar Ministerie en verdachte afzien van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform deze overeenkomst plaatsvindt.
3.De formele voorvragen.
4.De beoordeling van het afdoeningsvoorstel met betrekking tot het bewijs.
5.De bewezenverklaring.
6.De strafbaarheid van de feiten.
7.De strafbaarheid van verdachte.
8.Oplegging van straf.
geldboeteter hoogte van
€ 400.000,-.