Eiseres, een zelfstandig onderneemster, vroeg de eenmalige energietoeslag 2022 aan bij het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. Haar aanvraag werd afgewezen omdat het college het inkomen over het jaar 2021 als peiljaar hanteerde, terwijl zij haar inkomensgegevens over 2022 had overgelegd. Het college baseerde zich op artikel 2, zesde lid, van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022, waarin voor zelfstandig ondernemers een afwijkende, langere referteperiode geldt dan voor andere minima.
De rechtbank oordeelt dat zelfstandig ondernemers en andere minima zich in een vergelijkbare situatie bevinden en dat het college een ongerechtvaardigd onderscheid maakt door voor zelfstandig ondernemers een vaste referteperiode van het kalenderjaar 2021 te hanteren, terwijl voor andere minima een flexibele peildatum en kortere referteperiode geldt. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is.
De rechtbank verklaart artikel 2, zesde lid, voor zover het jaartal 2021 betreft, onverbindend en bepaalt dat deze bepaling buiten toepassing blijft voor zover de referteperiode het gehele jaar betreft. Het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, waarbij het inkomen over de maand januari 2022 of december 2022 als referteperiode moet worden gehanteerd. Tevens moet het griffierecht aan eiseres worden terugbetaald.