Eiser vroeg op 1 november 2022 een eenmalige energietoeslag 2022 aan bij het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch, maar de aanvraag werd afgewezen omdat eiser geen inkomensgegevens over 2021 wilde verstrekken, terwijl hij als zelfstandige werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat het college ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen zelfstandig ondernemers en andere minima door voor zelfstandigen een andere, langere inkomensreferteperiode (2021) te hanteren dan voor anderen (2022). Dit onderscheid ontbreekt een objectieve en redelijke rechtvaardiging.
De rechtbank verklaart artikel 2, zesde lid, van de Beleidsregels onverbindend voor zover het jaartal 2021 wordt genoemd en beveelt het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed.
De rechtbank benadrukt dat eiser wel verplicht is om de benodigde gegevens te verstrekken en bij onduidelijkheid contact moet zoeken met het college. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.