De kantonrechter heeft op verzoek van het Openbaar Ministerie de ondercuratelestelling van betrokkene behandeld. Betrokkene wordt geacht niet in staat te zijn haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen, mede gelet op een medische verklaring die wijst op wilsonbekwaamheid en onvoldoende ziektebesef.
Er bestaat een vermoeden van financieel misbruik door de partner van betrokkene, onder meer gebaseerd op bankafschriften waaruit blijkt dat grote bedragen van betrokkene naar haar partner zijn overgemaakt, terwijl de partner niet evenredig bijdraagt aan de gezamenlijke huishouding. De partner ontkent dit en stelt dat de financiën gezamenlijk worden beheerd.
De kantonrechter wijkt af van de wettelijke voorkeur om de partner tot curator te benoemen vanwege de twijfel over diens rol en benoemt de huidige provisioneel bewindvoerder, Pro Bewind B.V., tot curator. De curatele wordt ingesteld om betrokkene te beschermen, ook in het licht van haar voorgenomen huwelijk. De curator krijgt de wettelijke bevoegdheden en wordt verplicht jaarlijks verslag uit te brengen.