Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Beslissing van 26 november 2024
[verzoeker] ,
mr. M. Kleijn Hesselink,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij zijn zaak over een wijzigingsbeslissing van de Sociale Verzekeringsbank, waarbij hij meent dat de rechter vooringenomen is. Het verzoek is gebaseerd op algemene en onbewezen beschuldigingen, waaronder lidmaatschap van een criminele organisatie en deelname aan een buitenzittingsconstructie.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij is vastgesteld dat concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantonen ontbreken. De rechter heeft in haar reactie aangegeven dat de gronden algemeen zijn en geen betrekking hebben op haar persoonlijk.
Gezien eerdere afgewezen wrakingsverzoeken met vergelijkbare gronden en het opgelegde wrakingsverbod, heeft de wrakingskamer tevens bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. De beslissing is genomen zonder mondelinge behandeling, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde is.
De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek ongegrond en sluit de mogelijkheid tot verdere wraking in deze zaak uit. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid aantonen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.