De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 25 november 2024 het verzoek van een moeder tot wijziging van de voornamen van haar minderjarige zoon. De moeder verzocht om de eerste voornaam te wijzigen van een islamitische naar een katholieke naam, omdat het kind al langere tijd onder deze naam bekendstaat en opgroeit in een katholiek gezin. Tevens verzocht zij om de tweede islamitische voornaam, die tevens een familienaam van de vader is, te laten vervallen.
De vader, die het kind heeft erkend, maakte bezwaar tegen het schrappen van de tweede naam, omdat deze een familienaam is die in zijn familie wordt gedragen en belangrijk is voor de identiteit van het kind. Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de moeder toe dat de vader geen contact heeft gezocht en dat het kind nog niet weet wie zijn biologische vader is. De rechtbank overwoog dat de wijziging van de eerste voornaam een voldoende zwaarwichtig belang dient en dat het verzoek daartoe gegrond is, omdat het kind feitelijk al de nieuwe naam voert en deze beter aansluit bij zijn leefomgeving.
De rechtbank wees het verzoek tot schrapping van de tweede voornaam af, omdat deze naam een belangrijke familienaam is die bijdraagt aan de identiteit van het kind. Het belang van het kind bij zijn afkomst en de traditie in de familie van de vader wegen zwaarder dan het belang van de moeder om deze naam te laten vervallen. De rechtbank gelastte daarom de wijziging van de eerste voornaam en wees het overige verzoek af.