AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing verzoek tot toevoeging tweede voornaam minderjarige
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 20 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de wijziging van de voornaam van een minderjarige. Verzoekers, de ouders van het kind, vroegen om een tweede voornaam toe te voegen die zij bij de geboorte al hadden willen geven, maar die toen niet is geregistreerd. De minderjarige heeft zelf ook aangegeven deze naam te willen dragen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 22 oktober 2024 waren de verzoekers aanwezig, maar hun advocaat verscheen niet. De rechtbank heeft de mening van de minderjarige gehoord, wat van belang is bij het beoordelen van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat er een voldoende zwaarwichtig belang bestaat voor de naamswijziging, mede omdat de naam al bij de geboorte gewenst was en de naam in de dagelijkse praktijk al wordt gebruikt. Er is geen sprake van een ongepaste naam of conflicterende geslachtsnaam. Op grond van artikel 1:4 lid 4 BWPro en jurisprudentie van het EHRM werd het verzoek toegewezen.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken door rechter J. Iding, tevens kinderrechter, en kan binnen drie maanden door de verzoekers of andere belanghebbenden worden bestreden via hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en gelast de toevoeging van een tweede voornaam aan de minderjarige.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/404631 / FA RK 24-2007
Uitspraak : 20 november 2024
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:
1.[verzoeker] en
2. [verzoekster],wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
advocaat mr. R.A.A. Kool.
1.De procedure
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift (met bijlagen), ingekomen op 10 mei 2024.
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornaam van het minderjarige kind van partijen:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2024. Verschenen zijn verzoekers. Mr. Kool is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.3.
De minderjarige is in de gelegenheid gesteld om haar mening aan de rechtbank kenbaar te maken. Zij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
2.Het verzoek
2.1.
Verzoekers verzoeken wijziging van de voornaam van hun minderjarige kind, in die zin dat aan de naam [voornaam ] als tweede voornaam de naam [X] wordt toegevoegd.
Verzoekers zijn van mening dat zij een voldoende zwaarwichtig belang hebben bij de door hen verzochte naamswijziging.
Zij stellen dat ze ten tijde van de geboorte van [minderjarige] de naam [X] al als tweede naam in gedachten hadden, maar vader heeft deze uiteindelijk toch niet opgegeven bij de geboorteaangifte. Verzoekers stellen dat later is gebleken dat [minderjarige] het juist erg op prijs had gesteld als zij als tweede naam de naam [X] zou hebben gekregen. De wens om juist de naam [X] als extra voornaam aan de voornaam van hun dochter toe te voegen, is gebaseerd op het favoriete muziekstuk van de ouders: [naam muziekstuk] van de zanger [X] [Y] . Verzoekers stellen dat [minderjarige] inmiddels aan hen heeft gevraagd of het mogelijk is alsnog de tweede voornaam [X] te krijgen. Verzoekers zien de formalisering van deze tweede naam als een bezegeling van de liefde voor hun dochter, die zij eigenlijk al van meet af aan de naam [X] als tweede voornaam hadden willen geven. Bovendien wordt de dagelijkse praktijk, waarin gezinsleden haar al aanspreken met [X] , geformaliseerd.
3.De beoordeling
3.1.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BurgerlijkPro Wetboek (BW) kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wet en de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Daarvoor dient aansluiting te worden gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechte van de Mens (EHRM).
Omdat voornamen een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren, vallen zij onder het begrip privéleven en familie- of gezinsleven, zoals bedoeld in artikel 8 EVRMPro. Het door dit artikel beschermde belang brengt mee dat inmenging van enig openbaar gezag niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Een weigering om een voornaam te wijzigen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt. Daarvoor zal steeds moeten worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige belangenafweging (“fair balance”) tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt.
3.2.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een voldoende zwaarwegend belang, nu gebleken is dat partijen hun dochter de naam [X] reeds bij de geboorte hadden willen geven.
3.3.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekers gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 vanPro het Burgerlijk Wetboek, en ook niet dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam. Het verzoek zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.
4.De beslissing
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornaam van voornoemde minderjarige van [voornaam ] in [nieuwe voornaam ] , zodat zij voluit komt te heten [nieuwe voornaam ] [geslachtsnaam] .
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Iding, rechter, tevens kinderrechter,
en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 20 november 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Conc: IJ(O
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.