Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2024:6772

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 december 2024
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
24/4148 en 24/4221
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 151d GemeentewetArt. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 4:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging huisverbod wegens onzorgvuldige besluitvorming en gebrek aan motivering

De burgemeester legde verzoeker een huisverbod op voor tien dagen vanwege ernstige en herhaalde overlast aan zijn buren. Verzoeker betwistte het huisverbod en stelde dat de burgemeester niet bevoegd was, mede omdat het besluit gebaseerd was op een summier dossier en zonder hem gelegenheid te geven tot een zienswijze.

De voorzieningenrechter constateerde dat het besluit uitsluitend steunde op een bestuurlijke rapportage van de politie en dat de burgemeester niet voldeed aan de wettelijke verplichting om verzoeker te horen. Ook ontbrak een gedegen motivering dat de overlast ernstig en herhaald was en dat lichtere maatregelen waren geprobeerd, zoals voorgeschreven in het gemeentelijke beleidskader.

Hoewel de rechter erkende dat er sprake was van overlast en een langdurig conflict, was het huisverbod een te zwaar middel dat zonder zorgvuldige afweging was opgelegd. Het beroep van verzoeker werd daarom gegrond verklaard, het huisverbod vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De burgemeester werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.

Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummers: SHE 24/4148 (verzoek) en 24/4221 (beroep)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2024 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.G.J.E. Lut),
en

de burgemeester van de gemeente Laarbeek

(gemachtigden: mr. I.A.M. Derks en mr. K.W.F. van Lieshout).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester van 16 december 2024 waarbij hem een huisverbod is opgelegd voor de duur van tien dagen. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van verzoeker daartegen. Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker is het niet eens met het huisverbod en voert daartoe in de eerste plaats aan dat sprake is van een reeks aan valse meldingen die vaker niet dan wel zijn gevalideerd door verbalisanten van de politie. Volgens verzoeker is de burgemeester niet in staat om de meldingen te zien in het licht van het civielrechtelijke geschil dat tussen partijen speelt en dat deze worden gedaan om verzoeker uiteindelijk zijn woning te doen laten verlaten. Verzoeker stelt dat zijn buren vooral aan dossieropbouw aan het doen zijn en om die reden telkens meldingen doen. Verzoeker vindt samenvattend dat de burgemeester niet bevoegd was om hem een huisverbod op te leggen.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat het overgelegde dossier van de burgemeester summier is en dat het besluit uitsluitend berust op de bestuurlijke rapportage die de burgemeester heeft ontvangen van de politie op 12 december 2024. Van enige ambtelijk dossier is de voorzieningenrechter niet gebleken. De burgemeester heeft vervolgens binnen feitelijk één werkdag na ontvangst van de bestuurlijke rapportage een huisverbod opgelegd waarbij de verplichting zoals neergelegd in artikel 4:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om verzoeker in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze te geven niet in acht is genomen. Er moet echt heel wat aan de hand zijn wil de burgemeester een dergelijk voortvarend handelen op rechtmatige wijze kunnen doen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter biedt het dossier daarvoor geen voldoende grondslag.
4. De voorzieningenrechter onderkent dat sprake is van een aanhoudend conflict tussen verzoeker en zijn buren en onderkent ook dat dit heeft geresulteerd in een forse belasting van het politieapparaat door de vele meldingen die in dit dossier het afgelopen half jaar zijn gedaan. In het grootste deel van deze meldingen is echter geen objectieve constatering gedaan door de politie. Het is in die gevallen bij een melding gebleven en de politie is niet ter plaatse gegaan. De burgemeester kan daarom dus niet enkel zijn besluit motiveren met de frequentie van de meldingen en de ernst daarvan. Dit is wel wat de burgemeester doet wanneer zij stelt dat gelet op de frequentie en de ernst van de meldingen sprake is van ernstige en herhaalde overlast. De burgemeester had dus in ieder geval veel beter moeten motiveren welke van deze meldingen in objectieve zin leiden tot de constatering dat sprake is van ernstige en herhaalde overlast. Dat er sprake is van overlast wil de voorzieningenrechter overigens wel aannemen. Er zitten voorbeelden in de bestuurlijke rapportage waarbij de politie ter plekke is gegaan en wel degelijk geluidsoverlast heeft geconstateerd. Het ligt echter op de weg van de burgemeester om na te gaan en te motiveren dat wat in objectieve zin is vastgesteld leidt tot de conclusie dat sprake is van ernstige en herhaalde hinder. De hoeveelheid meldingen is daarvoor beslist niet bepalend. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat de burgemeester dit gebrek in het besluit van een betere motivering kan voorzien, echter er is naast dit motiveringsgesprek ook sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit.
5. Zoals hiervoor al is aangeven heeft de burgemeester verzoeker geen gelegenheid gegeven voor een zienswijze. De motivering daarvoor in het bestreden besluit is dat het huisverbod wordt opgelegd om de aangetoonde ernstige en herhaaldelijke overlast onmiddellijk te voorkomen. De voorzieningenrechter ziet in de bestuurlijke rapportage geen aanwijzingen dat de situatie zo spoedeisend was dat verzoeker geen gelegenheid meer diende te krijgen voor een zienswijze. Integendeel, de politieregistraties geeft blijk van een langdurige aanslepende kwestie. Het is alleszins te begrijpen dat hier een verandering in moet komen en liefst zo snel mogelijk, maar dat er zo’n acute situatie was op 16 december 2024 dat verzoeker rechtmatig een zienswijze kon worden onthouden, daarvoor ziet de voorzieningenrechter onvoldoende grondslag. Het besluit is dus ook in strijd met artikel 4:8 van Pro de Awb genomen. Omdat in dit geval de wetgever heeft afgezien van de mogelijkheid van een bezwaarprocedure is dit ook geen gebrek dat in bezwaar nog bijvoorbeeld met een hoorzitting kan worden hersteld.
6. Daar komt ook nog bij dat de burgemeester de bevoegdheid om een huisverbod op te leggen alleen mag uitoefenen indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Het huisverbod is een laatste redmiddel zogezegd. Ook al geeft het besluit daar geen blijk van, de burgemeester heeft ter uitoefening van haar bevoegdheid beleidsregels. Deze beleidsregels Wet aanpak woonoverlast gemeente Laarbeek 2020 [1] geven een uitvoerig stappenplan. Dat in dit geval dit stappenplan is gevolgd, heeft de voorzieningenrechter niet kunnen vaststellen. Dat sprake is geweest van een onderbezetting mag zo zijn, maar het betekent niet dat de burgemeester dan niet meer conform haar beleid hoeft te handelen. Zo is de voorzieningenrechter niet gebleken dat een procesregisseur de meldingen heeft geverifieerd en gedocumenteerd (stap 2), dat de burgemeester zelf op dit punt over een door de behandelend ambtenaar gedocumenteerd dossier beschikt (stap 4), dat in dit kader bijvoorbeeld een officiële waarschuwing is uitgedeeld en dat een zorgvuldige afweging is gemaakt of een gedragsaanwijzing niet meer voor de hand ligt (stap 5) of dat er gegronde redenen zijn dat een gedragsaanwijzing niet binnen de gestelde termijn tot het beoogde resultaat kan leiden voordat een huisverbod wordt opgelegd (paragraaf 5.4.6. van de beleidsregels). Dat de situatie in dit geval zo ernstig spoedeisend was dat een zorgvuldige afweging conform dit kader achterwege kon blijven, daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken. Evenmin is de omstandigheid dat verzoeker niet mee wilde werken aan mediation en dat al eerder zijn geluidsboxen door de politie in beslag zijn genomen een voldoende rechtvaardiging dat iedere andere lichtere bestuurlijke interventie om verzoeker duidelijk te maken dat hij zijn gedrag moest aanpassen achterwege kon blijven voordat naar het zwaarste middel werd gegrepen. Van enige gedocumenteerde officiële waarschuwing van de burgemeester richting verzoeker is de voorzieningenrechter bijvoorbeeld niet gebleken. Dit gebrek kan de burgemeester in beroep niet meer herstellen. Daarom zal de voorzieningenrechter het beroep gegrond verklaren en het besluit vernietigen. Dat betekent dat het huisverbod van tafel is en verzoeker terug mag naar zijn woning.
7. Met het oog daarop wil de voorzieningenrechter wel benadrukken dat het dossier voldoende aanwijzingen bevat dat verzoeker zijn buren tot last is. Dat het huisverbod nu geen standhoudt, wil niet zeggen dat op enig moment de kaarten op dit punt anders geschud kunnen worden. Het onderliggende civiele conflict is geen enkele rechtvaardiging voor misdragingen, hoogstens een verklaring. Dat verzoeker nu gelijk krijgt, wil dus niet zeggen dat er niets aan de hand is of dat de voorzieningenrechter de ernst en aanhoudendheid van het conflict miskent.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2, artikel 4:8, 3:46 en artikel 151d, derde lid, van de gemeentewet. Dit betekent dat de voorzieningenrechter daarom het bestreden besluit vernietigt en dat het huisverbod van tafel is. Een voorziening hoeft daarom niet meer te worden getroffen en het verzoek daartoe zal dus worden afgewezen.
8.1.
Omdat verzoeker geen griffierecht heeft betaald, hoeft burgemeester geen griffierecht aan hem te vergoeden. Omdat het beroep gegrond is krijgt verzoeker een vergoeding van zijn proceskosten. Burgemeester moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.625,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 16 december 2024;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 2.625,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Leegsma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 20 december 2024

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Gemeenteblad 2020 nr. 54348.