Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Beslissing van 18 december 2024
[verzoeker]
mr. W.S. Badri,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een omgangszaak, stellende dat de rechter onpartijdigheid zou hebben geschonden door het gebruik van informatie uit een ondertoezichtstellingsprocedure, negatieve bejegening en het nemen van een beslissing buiten de rechtsstrijd.
De rechter heeft gemotiveerd dat de tussenbeschikking is gebaseerd op relevante stukken en het kindgesprek, dat hij niet partijdig was en dat zijn vragen kritisch maar niet onredelijk waren. Ook benadrukte hij dat de beslissing over bijzondere dagen binnen zijn bevoegdheid valt volgens artikel 1:253a BW.
De wrakingskamer oordeelt dat een wraking niet kan worden gebaseerd op rechterlijke tussenbeslissingen of motiveringen, tenzij deze onbegrijpelijk zijn en blijk geven van vooringenomenheid, wat hier niet het geval is. Klachten over bejegening horen thuis bij het gerechtsbestuur. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.