ECLI:NL:RBOBR:2024:6775
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete feiten voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de Rechtbank Oost-Brabant omdat zij het niet eens was met de planning van een beroepszaak die volgens haar niet door de bestuursrechtelijke afdeling behandeld mocht worden. Zij stelde dat de rechters partijdig waren en dat haar recht op een eerlijk proces werd geschonden, mede vanwege vermeende schendingen van het EVRM en het VN-Verdrag Gehandicapten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat een wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die wijzen op rechterlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Verzoekster had geen dergelijke feiten aangevoerd, en haar wraking was bovendien voorwaardelijk, wat volgens de Awb niet is toegestaan.
De rechters gaven aan dat het agenderen van het betwiste beroep geen voorbarige beslissing inhoudt, maar bedoeld is om te bespreken of de rechtbank bevoegd is. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet voldoet aan de wettelijke criteria voor wraking en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die rechterlijke vooringenomenheid aantonen en het onrechtmatigheid van een voorwaardelijke wraking.