Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
De hevigheid van het geweld wordt weerspiegeld in de aard en de ernst van het aan het slachtoffer toegebrachte letsel.
Zoals de verbalisant heeft verwoord in de uitwerking van de camerabeelden, had de verdachte tevoren onder meer naar het slachtoffer geroepen dat hij hem zou steken en dat hij zijn strot zou opensnijden.
Doordat verdachte onder de hiervoor beschreven omstandigheden heeft gehandeld op de manier waarop hij gehandeld heeft, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geconcludeerd dan dat de verdachte wist dat het slachtoffer hierdoor zou kunnen overlijden en dat hij op dit gevolg vol opzet had.
De bewezenverklaring.Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen, in combinatie met hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
- kleding en schoenen; niet is gebleken dat deze onherstelbaar zijn beschadigd;
- huishoudelijke hulp en verlies van zelfwerkzaamheid; niet is gebleken of de benadeelde daadwerkelijk werkzaamheden in huis verricht;
- kosten verzorging; het is gebruikelijk dat partners elkaar verzorgen;
- verlies aan arbeidsvermogen; niet is gebleken dat daadwerkelijk overwerk aan de orde was.
- het meer gevorderde aan immateriële schade;
- het meer gevorderde in verband met kleding en schoenen;
- de kosten van huishoudelijke hulp;
- een vergoeding voor het verlies van zelfwerkzaamheid;
- de kosten van verzorging;
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan
9 maanden voorwaardelijken een proeftijd van 3 jaren.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van
€ 5.238,82. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 61 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.