Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
- het feit dat het slachtoffer bij haar ex vriend in de auto moest stappen om haar eigen telefoon terug te kunnen krijgen.
- dat haar ex vriend een mes heeft meegenomen uit het keukenblok uit de keuken bij de moeder van het slachtoffer/meldster en dat dit mes in de auto is.
- dat zij achterin de auto zit en dat de portieren op slot zitten.
- dat [verdachte] erg hard en gevaarlijk rijdt.
- Er is te horen dat het slachtoffer/meldster het grootste gedeelte van de gesprekken angstig/bang is.
- Er is verder te horen dat het slachtoffer/meldster het grootste gedeelte van de 2 gesprekken huilt.
- Tevens zegt het slachtoffer/meldster tegen de medewerkster van de Alarmcentrale dat [verdachte] tegen haar roept dat ze moet zeggen dat de politie meer afstand moet houden omdat hij haar anders neersteekt.
- Ook is te horen dat [verdachte] tegen haar zegt dat ze op moet hangen.
- Het slachtoffer/meldster geeft 1 maal aan dat [verdachte] het mes in zijn handen heeft en het mes vervolgens weer op de rechter voorstoel van de auto legt.
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
Verdachte besprak met het slachtoffer – zijn ex-partner – praktische zaken rondom het einde van hun relatie. Tijdens de bespreking stond verdachte op, pakte hij een scherp keukenmes en heeft gedreigd zich om het leven te brengen. Het slachtoffer heeft toen de politie gebeld en is achter verdachte aan gelopen. Verdachte heeft het slachtoffer vervolgens op dwingende manier verzocht om de door hem meegebrachte hond in de auto te zetten, omdat hij het slachtoffer anders haar mobiele telefoon niet terug zou geven. Zodra het slachtoffer in de auto zat, heeft verdachte de deuren vergrendeld en is hij weggereden. De autorit zou 50 minuten duren.
1.opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of bedreiging met zware mishandeling;
3.overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
gevangenisstrafvoor de duur van
120 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan 75 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis;
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 maandenvoorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.