De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 8 maart 2024 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mishandeling en bedreiging van BOA’s in Eindhoven en 's-Hertogenbosch. De feiten betroffen het schoppen tegen de linker heup van een BOA en het uiten van verbale doodsbedreigingen in agressieve toestand onder invloed van alcohol.
De rechtbank achtte de mishandeling en bedreigingen wettig en overtuigend bewezen, waarbij verdachte voorwaardelijk opzet had op het ontstaan van redelijke vrees bij de slachtoffers. De verdediging pleitte vrijspraak en verzet tegen de ISD-maatregel, maar dit werd verworpen.
Gezien het ernstige recidiverende gedrag van verdachte, zijn alcoholverslaving en eerdere ISD-maatregel, legde de rechtbank een nieuwe ISD-maatregel van twee jaar op. De immateriële schadevergoeding aan één slachtoffer werd vastgesteld op €250 met rente, terwijl de overige schadevorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank wees ook de tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af, omdat de ISD-maatregel het meest passend is om recidive te voorkomen en de veiligheid te waarborgen.