Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1] B.V.,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de pleitnotities van mr. Weebers-Vrenken en mr. Rutgers
- de pleitnota van mr. Ruyters en mr. Sliedregt.
2.De feiten
- een Dakotavleugel;
- afgeronde daklijnen en
- repeterende V-kolommen aan de binnenzijde van het glazen bouwdeel.
3.Het geschil
- de toevoeging van een nieuwe entreehal in afwijking van de huidige terminal en het Groeimodel;
- de plaatsing van een nieuw gebouw tegen de gevel van de bestaande bouw;
- daklijnen die qua esthetiek en maat afwijken van de bestaande bouw;
- nalaten van de toepassing van karakteristieke kolommen en het plaatsen van de kolommen in een tegengestelde richting ten opzichte van de bestaande kolommen.
- het interieur van de nieuwe en oude hal hebben een andere vormtaal en andere identiteit;
- het ontwerp met een afwijkende gevel die andere verhoudingen heeft dan in het Groeimodel worden gehanteerd;
- een glas/kozijn-indeling die afwijkt van de bestaande originele indeling;
- het platdak met hoekige daklijn in plaats van de bestaande originele geloogde daklijn;
- de doorgang tussen de beide gebouwen is te klein;
- de mogelijkheid de gebouwenreeks te verlengen in westelijke richting stopt.