Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 20 februari 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers in de periode van 2019 tot 2021. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van beide feiten op basis van de verklaringen van de slachtoffers en hun emoties, aangevuld met een WhatsApp-bericht.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was en verzocht tot vrijspraak. De rechtbank overwoog dat verklaringen van slachtoffers in zedenzaken niet uitsluitend als bewijs kunnen dienen zonder voldoende steunbewijs uit andere bronnen. De getuigenverklaringen van de moeder en een andere getuige waren onvoldoende onafhankelijk, en het emotionele gedrag van de slachtoffers en het WhatsApp-bericht boden geen concreet steunbewijs.
Ook een mogelijke schakelbewijsconstructie werd verworpen vanwege onvoldoende overeenkomsten en te veel verschillen in de verklaringen. De rechtbank concludeerde dat het bewijsminimum niet was gehaald en sprak verdachte vrij. Tevens werden de vorderingen tot schadevergoeding van de slachtoffers niet-ontvankelijk verklaard en werden zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.