Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 14 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens [gedaagde] spreekaantekeningen zijn voorgedragen en vorderingen in reconventie zijn ingesteld.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
In deze kort geding procedure vordert de werkgever nakoming van het concurrentiebeding en betaling van contractuele boetes wegens overtreding door de werknemer die na beëindiging van het dienstverband bij een concurrerende sportschool in dienst trad. De werknemer betwist de overtreding en voert onder meer dwaling, misbruik van omstandigheden en onredelijkheid aan. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat de werknemer het beding heeft overtreden door werkzaamheden te verrichten binnen de geografische en branchematige reikwijdte van het beding.
De rechter beperkt de duur van het concurrentiebeding tot 12 maanden, gelet op de branchepraktijk en het belang van de werkgever. De vordering tot nakoming wordt toegewezen met een dwangsom. De boetebepalingen worden toegewezen vanaf de datum van indiensttreding bij de concurrent, 28 oktober 2024. De vordering tot betaling van boetes wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De werknemer krijgt het loon over september tot en met 18 oktober 2024 toegewezen, omdat dit niet verrekend kan worden met boetes.
De vordering van de werknemer tot vergoeding wegens belemmering door het concurrentiebeding wordt afgewezen, omdat het beding beperkt is in afstand en duur en de werknemer niet in belangrijke mate wordt belemmerd. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter J.A.M. van den Berk op 28 februari 2025.
Uitkomst: De werknemer wordt veroordeeld tot nakoming van het concurrentiebeding voor 12 maanden, betaling van boetes vanaf 28 oktober 2024, en werkgever moet loon betalen over september tot en met 18 oktober 2024.