Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
op of omstreeks 28 juni 2022 te 's-Hertogenbosch, een ambtenaar, [slachtoffer 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] tegen de neus, althans het gezicht te stompen en/of te slaan;
op of omstreeks 12 juli 2022 te 's-Hertogenbosch [slachtoffer 3] , buitengewoon opsporingsambtenaar heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "ik schiet jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten.
ten aanzien van alle hiervoor bewezenverklaarde feiten
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straffen en maatregelen.
Algemeen
De ernst van de bewezen verklaarde feiten
Strafverzwarende omstandigheden
Strafmatigende omstandigheden
De strafmodaliteit
De conclusie
.
.
De vordering van de benadeelde [slachtoffer 3] [01.238141.22]
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
mishandeling
taakstrafvoor de duur
van 80 uren[tachtig uren] te vervangen door 40 dagen hechtenis indien veroordeelde deze taakstraf niet of niet naar behoren verricht.
gevangenisstrafvoor de duur
van één maand.
de verplichting tot betalingaan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] van een bedrag
van € 262,48.
de verplichting tot betalingaan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] van een bedrag
van € 200,--.
de verplichting tot betalingaan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 6] , van een bedrag
van € 350,--.
benadeelde partij niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding.
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van
€ 262,48, bestaande uit € 12,48 materiële schadevergoeding en € 250,-- immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van
€ 200,--,bestaande uit immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van
€ 350,--,bestaande uit immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 01 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.