De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor drie feiten van voorbereidings- en bevorderingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs, waaronder amfetamine, metamfetamine en MDMA. Verdachte stelde zijn woning en bestelbus beschikbaar voor ontvangst, opslag en vervoer van grote hoeveelheden pre-precursoren zoals BMK-glycidezuur en PMK-glycidezuur.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat deze stoffen bestemd waren voor de vervaardiging van harddrugs. Verdachte heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen, maar de gedragingen en omstandigheden, waaronder gecontroleerde afleveringen en chemische geur in lege dozen, wezen op betrokkenheid bij de productie van synthetische drugs.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 40 maanden eiste, legde de rechtbank een straf op van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, rekening houdend met de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen van verdachte en het maatschappelijk belang. De straf weerspiegelt de negatieve impact van synthetische drugsproductie op de samenleving en het milieu.