Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een voorschot op schadevergoeding wegens een gebrekkig dak dat door gedaagde is gerenoveerd. Eiser stelt dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en dat herstel noodzakelijk is. Gedaagde weigert het dak te herstellen.
De rechtbank beoordeelt de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening. Hierbij wordt overwogen dat eiser voldoende belang heeft bij de voorziening en dat de vordering aannemelijk is gemaakt met deskundigenrapporten. Gedaagde betwist de hoogte van het bedrag, maar onderbouwt dit niet met stukken.
De rechtbank oordeelt dat de vordering toewijsbaar is en dat er geen sprake is van een restitutierisico. Ook het ontbreken van spoedeisend belang staat niet aan toewijzing in de weg. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van het voorschot en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €36.565,69 voor herstel van het dak en de proceskosten.