De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA in een woning te Oss, waar een drugslaboratorium was gevestigd. Verdachte verbleef maandenlang in de woning en was zich bewust van de aanwezigheid van synthetische drugs en het productieproces, maar koos ervoor zich niet te onttrekken aan de situatie.
Uit het onderzoek bleek dat de woning ernstig vervuild was door het productieproces en dat er diverse grondstoffen, chemicaliën en restanten van MDMA aanwezig waren. Verdachte verklaarde dat hij mannen met gasmaskers had gezien en dat hij zich niet actief met de activiteiten bemoeide. De rechtbank oordeelde dat verdachte als medebewoner de beschikking had over de drugs en dat hij bewust de aanmerkelijke kans op aanwezigheid van MDMA aanvaardde.
Hoewel verdachte een beperkt strafblad heeft en geen financieel motief had, woog de rechtbank mee dat hij zich bewust was van de schadelijke effecten van de drugs en de maatschappelijke gevolgen. Tegelijkertijd werden persoonlijke omstandigheden zoals dakloosheid, middelengebruik en positieve ontwikkelingen na het feit meegewogen. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uren op, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank wees de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af vanwege de positieve veranderingen in de persoonlijke situatie van verdachte. Het vonnis is gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 4 maart 2025.