De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere feiten rondom de productie en opslag van synthetische drugs op een perceel te Someren. Op 5 juni 2024 werd een drugslaboratorium aangetroffen met 175 kilo MDMA, voldoende voor circa 1 miljoen XTC-pillen. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van productie, aanwezig hebben van MDMA en voorbereidingshandelingen.
Tijdens de zittingen op 17 september 2024, 27 november 2024 en 19 februari 2025 werd vastgesteld dat verdachte niet zelf productiehandelingen had verricht. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor medeplegen van productie, mede vanwege verklaringen dat berichten op verdachte's telefoon door een medeverdachte waren verzonden. Wel was bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de MDMA en dat hij voorbereidingshandelingen medepleegde door het ter beschikking stellen van de loods en het onderhouden van contacten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaar met aftrek van voorarrest voor het medeplegen van het aanwezig hebben van MDMA en voorbereidingshandelingen. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van vervaardigen synthetische drugs. De rechtbank wees een maatregel van kostenverhaal af vanwege vrijspraak en betrokkenheid van anderen. Het inbeslaggenomen administratiemateriaal werd onttrokken aan het verkeer.