De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eisers tegen twee lasten onder dwangsom met bouwstop en een invorderingsbesluit vanwege het uitvoeren van bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning op een perceel in Oudheusden.
Het college had eerst een last onder dwangsom van € 25.000 opgelegd en later een tweede van € 50.000 wegens voortzetting van de werkzaamheden. Na intrekking van de tweede last verklaarde de rechtbank het beroep daarop niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Het beroep tegen de eerste last en de invordering van de dwangsom werd inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot oplegging van de bouwstop en dat de hoogte van de dwangsom, gebaseerd op de helft van de geschatte bouwkosten, voldoende was gemotiveerd. Het besluit was rechtsgeldig bekendgemaakt aan een gemachtigde, waardoor de bouwstop op 2 januari 2023 in werking trad en de dwangsom op 13 februari 2023 verbeurd was.
Een verzoek tot matiging van de dwangsom werd afgewezen omdat de overtreding niet ongedaan was gemaakt en de miscommunicatie met de aannemer geen bijzondere omstandigheid vormde. De beroepen werden afgewezen, waardoor de dwangsom en bouwstop gehandhaafd bleven.