In deze civiele procedure staat een geschil centraal over gevolgschade veroorzaakt door een lekkage bij een cv-installatie die gedaagde in de woning van eiseres heeft geplaatst. Eiseres vordert schadevergoeding van gedaagde wegens de lekkage die in 2022 ontstond door een losgeschoten koppeling.
Gedaagde verzoekt in een incident om ASR Schadeverzekering N.V., de opstalverzekeraar van eiseres, in vrijwaring op te roepen. Gedaagde baseert dit op de Bedrijfsregeling Brandregres 2014 (BBR 2014), die regelt dat de brandverzekeraar de aansprakelijkheidsverzekeraar moet vergoeden wanneer laatstgenoemde schade vergoedt aan de benadeelde.
De rechtbank oordeelt dat deze regeling niet ziet op de rechtsverhouding tussen gedaagde en ASR, maar tussen verzekeraars onderling. Er is geen rechtsverhouding die gedaagde verplicht de gevolgen van een veroordeling te laten dragen door ASR. Daarom wordt het verzoek tot oproeping in vrijwaring afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting op 26 februari 2025.