Er bestond een arbeidsovereenkomst tussen eiseres [eiser sub 3] B.V. en gedaagde vanaf 1 juni 2017. Eiseres [eiser sub 1] B.V. verkocht 8.820 certificaten aan gedaagde voor € 28.000, waarbij de koopprijs mede gebaseerd is op de kwalificatie van gedaagde als 'Bad Leaver'. Gedaagde zegde zijn arbeidsovereenkomst op per 1 juli 2024.
Eisers vorderen teruglevering van de certificaten en het staken van concurrerende activiteiten, gebaseerd op de Administratievoorwaarden die onderdeel zijn van de koopovereenkomst. Gedaagde betwist de bevoegdheid van de rechtbank Oost-Brabant en stelt dat de kantonrechter bevoegd is.
De rechtbank oordeelt dat de vordering verband houdt met de arbeidsovereenkomst en daarom door de kantonrechter moet worden behandeld. Voor de relatieve bevoegdheid wordt gekeken naar de woonplaats van gedaagde, waardoor de zaak wordt verwezen naar de kantonrechter van rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda.
Eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en worden geïnformeerd over de mogelijkheid om zonder advocaat verder te procederen. Het griffierecht wordt verlaagd en teveel betaald bedrag teruggestort.