Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2025:1529

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
11310709
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels toewijzing vordering betaling tandartsfactuur wegens niet-naleving behandelcodevereisten

Op 20 juni 2023 onderging de gedaagde een tandheelkundige behandeling bij een tandartspraktijk. De tandarts factureerde de behandeling met behandelcode C001 (intakeconsult) en M03 (gebitsreiniging). De vordering tot betaling van deze factuur werd gecedeerd aan Anders Medical Factoring B.V., die betaling eiste.

De gedaagde betaalde de factuur voor een tweede behandeling op 28 juli 2023 wel, maar betwistte de factuur voor het intakeconsult en de gebitsreiniging van 20 juni 2023. De kantonrechter oordeelde dat de tandarts niet aan alle vereisten had voldaan om de intakeconsultcode C001 te factureren, omdat de volledige status van het gebit niet was geregistreerd. Hierdoor werd het deel van de vordering voor het intakeconsult afgewezen.

De vordering voor de gebitsreiniging werd toegewezen, omdat Anders dit voldoende onderbouwde met verklaringen en loggegevens, en de gedaagde dit niet aannemelijk betwistte. Ook werden buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 toegewezen, omdat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering tot betaling van het intakeconsult wordt afgewezen, de vordering voor gebitsreiniging en incassokosten wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11310709 \ CV EXPL 24-6587
Vonnis van 20 maart 2025
in de zaak van
ANDERS MEDICAL FACTORING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Anders,
gemachtigde: dhr. E.J.A Koers (LAVG Groningen),
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van het geding blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 augustus 2024 met de producties 1 tot en met 4;
- de zittingsaantekeningen van het mondelinge antwoord van 26 september 2024;
- de brief van 16 oktober 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het bericht van Anders van 7 november 2024 met producties 5 tot en met 7;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 december 2024;
- de akte van Anders van 13 januari 2025 met productie 8;
- de akte van [gedaagde] van 13 februari 2025 met productie 9;
- de akte van Anders van 24 februari 2025.
1.2.
Ten slotte is datum uitspraak vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 20 juni 2023 heeft [gedaagde] een tandheelkundige behandeling ondergaan bij Tandartspraktijk [A] (hierna: de tandarts).
2.2.
De tandarts heeft de vordering met betrekking tot deze behandeling gecedeerd aan Anders.
2.3.
Op 24 juni 2023 heeft Anders een factuur gestuurd aan [gedaagde] voor de behandeling van 20 juni 2023. Op deze factuur is – voor zover van belang – het volgende vermeld:
Datum Code Omschrijving Aantal Te betalen
20-06-2023 C001 Consult ten behoeve van een intake 1 € 50,54
20-06-2023 M03 Gebitsreiniging, per vijf minuten 2 € 29,82
Door u te voldoen € 80,36
Wilt u zo vriendelijk zijn het verschuldigde bedrag binnen 30 dagen na de notadatum te voldoen (…).
2.4.
[gedaagde] heeft deze factuur niet binnen de vervaltermijn voldaan. Anders heeft [gedaagde] op 1 maart 2024 aangemaand tot betaling van de voornoemde factuur.
2.5.
Op 28 juli 2023 heeft [gedaagde] opnieuw een tandheelkundige behandeling (tweevlaksvulling) ondergaan bij de tandarts. De factuur hiervoor van € 69,82 heeft [gedaagde] voldaan.

3.Het geschil

3.1.
Anders vordert in deze procedure – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het volgende:
hoofdsom (twee facturen) € 150,18
wettelijke rente (t/m 12 augustus 2024) € 4,98
incassokosten
€ 40,00+
Subtotaal € 195,16
reeds betaald (één factuur)
€ 69,82-/-
Totaal € 125,34
Daarnaast vordert Anders dat [gedaagde] de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2024 en de proceskosten betaalt.
3.2.
Anders legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is op 20 juni 2023 voor het eerst bij de tandarts geweest. De tandarts heeft toen een intakeconsult uitgevoerd. Voor een dergelijke intake geldt volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa) de behandelcode C001. Die code heeft een vaste omschrijving en een vast tarief. De tandarts heeft aan de vereisten voor deze behandelcode voldaan, waardoor zij deze mag factureren aan [gedaagde] . Verder heeft de tandarts tien minuten tandsteen verwijderd bij [gedaagde] . Hiervoor is eveneens onder de juiste behandelcode (M03) gefactureerd. Daarnaast is Anders van mening dat ze recht heeft op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, omdat [gedaagde] de factuur niet tijdig heeft voldaan en Anders een 14-dagenbrief heeft gestuurd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Anders, met veroordeling van Anders in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de bij hem in rekening gebrachte behandelcodes niet overeenkomen met de ontvangen behandeling. Wat betreft de intake heeft de tandarts niet aan alle vereisten voldaan om de behandelcode C001 te factureren. Met betrekking tot de gebitsreiniging voert [gedaagde] aan dat deze niet heeft plaatsgevonden.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

[gedaagde] hoeft het intakeconsult (C001) niet te betalen.
4.1.
De prestatiecode C001 is een code die eenmalig gefactureerd mag worden voor een intakeconsult bij de tandarts. Om deze code te mogen factureren moet een tandarts volgens de NZa de volgende handelingen hebben uitgevoerd:
- het aanmaken van een patiëntenkaart;
- het registreren van de status van het gebit;
- het afnemen van de medische anamnese;
- het bespreken van het vervolgtraject;
- het bepalen en bespreken van het zorgdoel.
[gedaagde] betwist niet dat er een patiëntenkaart is aangemaakt en dat er een medische anamnese is afgenomen. Hij betwist echter wel dat de status van het gebit toen is geregistreerd en dat het vervolgtraject en het zorgdoel zijn bepaald en besproken. De tandarts geeft daarentegen aan dat aan alle vereisten is voldaan.
4.2.
Allereerst dient beoordeeld te worden of de tandarts heeft voldaan aan de vereiste van het registreren van de status van het gebit. De kantonrechter stelt vast dat op de patiëntenkaart van [gedaagde] alleen maar staat geregistreerd welke kiezen hij mist en welk tandelement er op 28 juli 2023, en dus na de intake, gevuld is. Gelet op de door [gedaagde] overgelegde patiëntenkaart van zijn vorige tandarts, waarop wél alle vullingen, kronen en dergelijke staan vermeld, is de conclusie dat de tandarts niet de volledige status van het gebit van [gedaagde] heeft geregistreerd. De tandarts heeft dan ook niet voldaan aan alle vereisten om de behandelcode C001 te mogen factureren. Dit moet als gevolg hebben dat niet aan de prestatiecode is voldaan en het volledige bedrag daarvan niet in rekening gebracht kan worden. De kantonrechter zal dit gedeelte van de vordering daarom afwijzen.
[gedaagde] moet de gebitsreiniging (M03) wel betalen.
4.3.
[gedaagde] heeft betwist dat er op 20 juni 2023 een gebitsreiniging heeft plaatsgevonden. Anders heeft gesteld dat deze wel heeft plaatsgevonden en heeft hiertoe een verklaring van de tandarts en de loggegevens van het registratiesysteem overgelegd. Daarnaast kan uit de patiëntenkaart van de nieuwe tandarts van [gedaagde] van 31 augustus 2023 afgeleid worden dat diens gebit in juni 2023 nog is gereinigd en dat een nieuwe reiniging daarom uitgesteld kan worden. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het verweer van [gedaagde] over de gebitsreiniging voldoende door Anders is weerlegd. De kantonrechter zal dit gedeelte van de vordering dan ook, met inbegrip van de wettelijke rente daarover vanaf de datum dat [gedaagde] is verzuim is, toewijzen.
[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen.
4.4.
Anders vordert vergoeding van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Anders heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Anders komt in beginsel dus in aanmerking voor een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Het bedrag dat Anders vordert is, ook indien rekening wordt gehouden met de door [gedaagde] verrichte deelbetaling, niet hoger dan het bedrag dat is vastgelegd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 worden daarom toegewezen.
Beide partijen moeten hun eigen proceskosten betalen.
4.5.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Anders te betalen een bedrag van € 69,82, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Godrie en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.